VAPW: Vrij Aanvullend Pensioen voor de Werknemers

De wet van 6 december 2018 tot instelling van een vrij aanvullend pensioen voor de
werknemers en houdende diverse bepalingen inzake aanvullende pensioenen werd op 27
december 2018 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De wet treedt in werking 3
maanden na deze publicatie.

De wet maakt het voor werknemers mogelijk om zelf een vrij aanvullend pensioen in de
2de pijler op te bouwen via inhoudingen die de werkgever op het loon van de werknemer
verricht. De werknemer kan binnen bepaalde grenzen vrij het bedrag bepalen.
Tot hiertoe was een werknemer voor wat betreft pensioenopbouw in de 2de pijler
volledig afhankelijk van de initiatieven van de werkgever of sector. Een individuele
werknemer kon het heft dus niet zelf in handen nemen.

Binnen de WAP bestaat er wel al zoiets als de “individuele verderzetting”. Dit
pensioenvehikel staat open voor een werknemer die bij zijn vorige werkgever minstens
42 maanden aangesloten was bij een collectieve pensioenregeling en die bij zijn nieuwe
werkgever geen pensioenplan geniet. De werknemer kan bij een individuele
verderzetting van zijn nieuwe werkgever eisen dat deze laatste een pensioenbijdrage van
maximaal 1.500 euro per jaar (2.450 euro na indexering voor aanslagjaar 2020) op zijn
loon inhoudt. Het VAPW gaat een stapje verder dan deze individuele verderzetting.

1. Toegangsvoorwaarden

Het VAPW valt niet onder de Wet Aanvullende Pensioenen (WAP). De reden hiervoor is
dat in de WAP pensioentoezeggingen worden geregeld waar de werkgever of de sector
een centrale rol speelt.
Het VAPW wordt in een autonome wet geregeld die de modaliteiten van het nieuwe
product bepaalt:
· de werknemer neemt initiatief voor het sluiten van het contract
· de werknemer bepaalt binnen bepaalde grenzen de premie van het contract
· de werknemer heeft vrije keuze van pensioenverzekeraar
De werkgever vervult enkel een administratieve rol. De werkgever houdt de
pensioenbijdrage in op het netto loon van de werknemer en stort die bijdrage door aan
de door de werknemer gekozen instelling.
De werknemer dient zijn werkgever minstens 2 maanden op voorhand te informeren
over de in te houden premie! Dit geldt ook als hij zijn pensioenovereenkomst wenst te
wijzigen of stop te zetten.

2. Maximale pensioenbijdrage

· De maximale VAPW-premie die de werknemer op jaarbasis op zijn loon kan laten
inhouden, bedraagt 3% van het referentieloon.
· Er is steeds een minimumbijdrage mogelijk van 980 euro of 1.600 euro na indexering
(aanslagjaar 2020).
Het referentieloon waarmee gerekend wordt, is de totale bruto verloning onderworpen
aan de socialezekerheidsbijdragen, genoten door de werknemer in de loop van het
tweede jaar (n-2) dat voorafgaat aan het jaar van opbouw.
Voor de VAPW-bijdrage in 2019 kijkt men dus naar de bruto verloning van de werknemer
in 2017!
Wanneer echter de werknemer een andere tweede pensioenpijler genoot in de periode
van het referentieloon, dient hiermee rekening gehouden te worden. De
pensioenbijdrage wordt dan verminderd met de WAP-reserve-aangroei (gezuiverd van
rendement) tijdens het refertejaar.

Voorbeeld
Stel iemand kiest om de minimumbijdrage van 1.600 euro te betalen, maar tijdens het
referentiejaar werd er gestort in een groepsverzekering, er is bijgevolg een WAP-reserve
waar rekening mee dient gehouden te worden:
o WAP reserve op 01/01/2017: 25.000 euro
o WAP reserve op 01/01/2018: 26.000 euro
o Rendement OLO’s 1%
Gemiddelde intrestvoet van de OLO’s op 10 jaar over laatste 6 kalenderjaren voorafgaand aan het jaar dat voorafgaat
aan het jaar van opbouw (n-1)
o Zuivere aangroei: 26.000 – (25.000 x 1,01) = 750 euro
 Maximumbijdrage VAPW = 1.600 euro – 750 euro = 850 euro

3. Fiscaliteit

· Op de VAPW-pensioenbijdrage is een premietaks van 4,4% van toepassing.
· De werknemer geniet een belastingvoordeel van 30% op de pensioenbijdrage indien
de premie binnen de grenzen valt én voldoet aan de 80%-regel (het is wel nog niet
duidelijk hoe deze 80% regel dient berekend te worden!).
· Het pensioenkapitaal dient verplicht uitgekeerd te worden bij de pensionering van de
aangeslotene.
Op de uitkering van het kapitaal wordt een Riziv- (3,55%) en solidariteitsbijdrage (0, 1
of 2%) ingehouden. Het resterende kapitaal wordt belast tegen 10% (verhoogd met
de aanvullende gemeentebelasting).

Besluit

Met het VAPW worden de mogelijkheden voor pensioenopbouw voor werknemers
uitgebreid. De werknemer beslist zelf bij welke verzekeraar hij een
pensioenovereenkomst wenst af te sluiten. De werkgever heeft enkel de verplichting de
pensioenbijdragen van de werknemer in te houden van het netto loon van de werknemer
en het door te storten naar de verzekeraar!